Je hebt het hout netjes geschuurd, zorgvuldig gegrond en strak afgelakt. Toch verschijnen er na het drogen ineens gele of bruine vlekken in je verflaag. Vooral bij eikenhout komt dit regelmatig voor. Dat heeft niets te maken met een verkeerde lak, maar met stoffen in het hout zelf die reageren op vocht en door je verf heen kunnen trekken. Met de juiste voorbereiding en productkeuze voorkom je dit probleem en blijft je afwerking egaal en strak.
Eiken bevat veel looizuur, ook wel tannine genoemd. Zodra dit in contact komt met vocht, kan het oplossen en door grondverf en laklagen heen migreren. Dat zie je terug als gelige of donkerbruine plekken in je eindlaag. Dit proces wordt ook wel doorslag genoemd.
Niet alleen eiken heeft hier last van. Ook meranti, merbau en grenen met noesten kunnen verkleuren. Vooral wanneer je werkt met watergedragen producten zonder isolerende tussenlaag is de kans op doorslag groter. Het probleem ontstaat dus van binnenuit, niet aan de oppervlakte.
Een stabiele ondergrond is de basis van elke duurzame afwerking. Hout dat nog te vochtig is, vergroot de kans dat looistoffen actief worden en naar de oppervlakte trekken. Daarom is het belangrijk om het hout voldoende te laten acclimatiseren voordat je begint met schilderen.
Let daarbij op het volgende:
Hoe droger en stabieler het hout, hoe kleiner de kans dat verkleuring later alsnog zichtbaar wordt.
Bij looistofrijke houtsoorten is een standaard grondverf vaak niet voldoende. Een isolerende primer vormt een barrière tussen het hout en je afwerklaag en voorkomt dat tannines door je verf heen trekken. In het assortiment grondverf en primer vind je geschikte basislagen voor houtwerk binnen en buiten.
Een goede isolerende laag zorgt ervoor dat:
Breng de primer gelijkmatig aan en geef deze voldoende droogtijd voordat je verder werkt. Juist deze stap bepaalt of je afwerking langdurig mooi blijft.
Noesten en kopse houtkanten zijn gevoeliger voor verkleuring dan vlakke delen. Hier zitten vaak geconcentreerde harsen en looistoffen die sneller reageren op vocht. Als je deze delen onvoldoende behandelt, zie je daar het eerst doorslag terug.
Behandel noesten daarom zorgvuldig en geef ze eventueel een extra isolerende laag. Ook kopse kanten moeten goed verzadigd worden met primer, zodat er geen vocht in kan trekken. Deze extra aandacht voorkomt dat je later plaatselijke verkleuring ziet.
Een strak en blijvend resultaat vraagt om een logische opbouw van je verfsysteem. Door elke stap zorgvuldig uit te voeren, verklein je de kans op problemen achteraf.
Werk bij voorkeur in deze volgorde:
Door deze opbouw aan te houden, creëer je een stabiele basis waarop je afwerklaag goed kan hechten zonder dat verkleuring terugkomt.
Zie je na het schilderen toch gele of bruine plekken verschijnen, dan is extra lak aanbrengen meestal niet voldoende. De verkleuring moet eerst worden geïsoleerd voordat je opnieuw afwerkt.
Schuur de verkleurde plek licht op, breng plaatselijk een isolerende primer aan en lak daarna opnieuw af. Zonder isolerende tussenlaag blijft de doorslag terugkomen, hoe vaak je ook overschildert.
Eiken en andere houtsoorten met veel looistoffen vragen om net wat meer aandacht dan standaard houtwerk. Door het hout goed te laten drogen, een isolerende primer te gebruiken en extra zorg te besteden aan noesten en kopse kanten, voorkom je verkleuring en doorslag.
Wie deze voorbereiding serieus neemt, ziet dat terug in een rustige, egale afwerking die ook op langere termijn mooi blijft.
Direct contact